Aan het College van Burgemeester en Schepenen van de Gemeente Schilde
Brasschaatsebaan 30, 2970  SCHILDE
Schilde, 21 augustus 2019

 

Betreft: bezwaarschrift tegen omgevingsvergunningsaanvraag voor de aanleg van nieuwe wegenis met publieke parking + aanleg nieuw park + bouwen van een meergezinswoning (42 wooneenheden) met ondergrondse parkeergarage Bouwplaats: Oudaen 72B – 2970 ’s-Gravenwezel (Schilde) Kadastraal: Afd. 3 Sectie A nrs. 299f, 334f, 335e, 336c, 344c, 3357h2, ingediend door Costermans Projecten nv

Geachte Heer Burgemeester, geachte Schepenen,                                                                       

Ondergetekende, buurtbewoner van de wijk Moerstraat-Zonnebos, wenst de volgende bezwaren te maken.

De aanvraag is niet in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving, en wel om volgende redenen:

1 De voorliggende aanvraag is niet functioneel inpasbaar. Het voorzien van verschillende wooneenheden uitgesmeerd over het woonuitbreidingsgebied met een conflictueuze ontsluiting naar een doodlopende toegangsweg is functioneel niet inpasbaar. In deze omgeving is er nood aan het behouden van de open en groene ruimte. Door de invulling ervan verdwijnt een aanzienlijk gedeelte van de nu al weinig aanwezige groene ruimte in de dorpskern. De aanleg van een parkje compenseert dit niet. Overigens heeft een echt park minstens 15 tot 20 jaar nodig om überhaupt een primair vergroenend effect te hebben op de omgeving.

2 De typologie van de van de voorgestelde bebouwing wijkt sterk af van deze van de bestaande bebouwing van overwegend bescheiden rijwoningen, villa’s en een boerderij. Het project voorziet drie woonblokken bestaande uit in totaal 42 appartementen met ondergrondse en bovengrondse parkeerruimtes. Het project weet zich daardoor onvoldoende te integreren in de bestaande omgeving. Het te ontwikkelen gebied is bekeken als een geïsoleerd gebied. Er is geen rekening gehouden met de fysieke en sociale relaties die onderdelen zijn van verschillende ruimtelijke systemen die het niveau van de plek en zelfs de omgeving overstijgen. Zo heeft de wijziging van het woonbestand – in dit geval (luxe-)appartementen - ook gevolgen op de woningmarkt van heel de gemeente en daarbuiten. Demografisch en sociologisch legt de onnatuurlijke bevolkingsaangroei door dit type van woonprojecten een negatieve druk op de gemeenschap, de leefbaarheid en het dorpskarakter van deze gemeente. De draagkracht van de omgeving wordt hier dan ook duidelijk overschreden.

Om een wrijving tussen de verschillende ruimteclaims zoals waterberging (het terrein staat bij zware regenval of sneeuwval nu al onder water!), groen, verkeer, leefbaarheid, recreatie te vermijden is het noodzakelijk om de ontwikkeling van de ruimtelijke systemen als basis te nemen. Het komt erop neer dat de ontwikkeling van deze site niet als los project kan worden gezien. Iedere ingreep, moet waarde toevoegen aan de ruimtelijke systemen. M.a.w. het moet om een project gaan dat meer oplevert voor de omgeving dan het aan die omgeving kost. Het ontwerp moet een verbetering opleveren van de lokale systemen en de kwaliteit van het leven, nu en later. En dat doet het niet, omdat het totaal vreemd is aan deze plek en omdat het niet met respect omgaat met de aanwezige karakteristieken.

3 Een van die karakteristieken is de landschappelijke waarde. Weinig dorpskernen uit de streek kunnen nog bogen op een redelijk landelijk karakter. Dat heeft deze dorpskern te danken aan het agrarisch landschap van het betrokken gebied, dat bovendien met de Schranshoeve een beschermd dorpsgezicht vormt, en waarvan de fiets- en wandelpaden achter en naast de Schranshoeve deel uitmaken. De decreetgever heeft weliswaar de verplichting geschrapt dat er vanuit het Agentschap Onroerend Erfgoed (of vanuit de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed) een gunstig advies moet gekomen zijn. Maar het agentschap (of de VCOE) moet nog altijd om advies gevraagd worden, ook al dat advies zal niet bindend zijn. De vergunningverlener, de gemeente Schilde dus, beslist zelf of hij het advies al dan niet volgt. Als de gemeente (provincie of gewest) wil afwijken van het advies, zal ze die afwijking moeten motiveren. In dit dossier is er echter alsnog geen advies gevraagd.

4 Ten onrechte wordt er blijkbaar van uitgegaan dat woonuitbreidingsgebied per definitie bebouwd moet en kan worden. Wat was ook de doelstelling van de nieuwe regelgeving ook weer? De gewestplannen waarin de woonuitbreidingsgebieden zijn vastgesteld dateren van omstreeks de jaren ’70. De woonuitbreidingsgebieden werden eerder beschouwd als een soort reservegebieden ingeval de “volwaardige” woongebieden uitgeput zouden raken. Verschillende woonuitbreidingsgebieden zijn naar hedendaagse inzichten niet ideaal om tot ontwikkeling over te gaan, bv. overstromingsgevoeligheid, bevatten waardevolle open ruimte, etc. Dat laatste geldt zeker voor de ligging van het betrokken project.

De nieuwe regelgeving heeft tot gevolg dat woonuitbreidingsgebieden enkel nog kunnen worden ontwikkeld indien deze ontwikkeling wordt ondersteund door een duidelijke beleidsvisie en/of aan bepaalde kwaliteitscriteria voldoet. De mogelijkheid tot ontwikkeling via groepswoningbouw of volledige inrichting via verkaveling komt te vervallen. Aldus de wetgever.

De afgelopen jaren is het aantal projecten met luxeflatgebouwen exponentieel toegenomen in deze gemeente en elders. Meer dan waarschijnlijk heeft de ‘dreigende’ komst van een betonstop de Vlaamse projectontwikkelaars ertoe aangezet om de resterende en laatste bebouwbare ruimtes zo snel mogelijk en massaal vol te bouwen. Daarbij wordt compleet voorbijgegaan wordt aan de vraag of er überhaupt een behoefte is aan (meer van) deze projecten. Projecten als deze komen er uit winstbejag en niet omwille van de gemeenschapsbelangen van het dorp.

Meer nog, er moet ook door de overheid ingestemd zijn met de concrete ontwikkeling van het woonuitbreidingsgebied, waarvoor eerst een woonbehoeftestudie moet worden opgesteld. Een  woonbehoeftestudie ontbreekt tot op heden. Op het grondgebied van Schilde liggen overigens nog talloze onbebouwde percelen in woonzones en staat er een groot aantal woningen te koop.

5 De aanvraag veroorzaakt een negatieve mobiliteitsimpact en verhoogde fijnstofscore. De mobiliteitstoets stelt: “In de 42 woningen van het project zullen naar schatting 102 mensen wonen. Conform het mober richtlijnenboek (Vlaams Overheid, 2018) maken mensen woonachtig in buitengebied 2,29 woning gerelateerde verplaatsingen per dag. Bijgevolg zijn er voor deze 42 woningen gemiddeld 234 woninggerelateerde verplaatsingen per dag te verwachten, waarvan 117 vertrekken en 117 aankomsten. Cumulatief voor 70 woningen zijn dat dus naar schatting 171 bewoners die gemiddeld 392 woninggerelateerde verplaatsingen per dag maken, waarvan 196 vertrekken en 196 aankomsten.”

Het project ligt echter niet in buitengebied. Integendeel, het ligt in het drukst bereden gebied van de deelgemeente. Het project biedt maar één ontsluiting; de Oudaen. Een doodlopende weg die toegang biedt naar de H. Hartschool en in de andere richting aansluit op de Kerkstraat. In de spitsuren staat het verkeer op Kerkstraat sowieso al stil, maar met de komst van het project D’Audaen (ook van Costermans) en de huidige aanvraag zal de verkeersstop compleet zijn, en niet alleen tijdens de spitsuren. De aanvrager onderschat de impact van de verhoging van het (arbitrair vooropgestelde) toekomstige aantal wagenverplaatsingen vanuit het aangevraagde project. Het reeds in aanbouw zijnde Costermans-project D’Audaen telt nog eens 28 appartementen met daarbij een veelvoud aan bewoners, wagens en verplaatsingen.  En ongeacht de aanwezigheid van fietspaden en de aanwezigheid van gemachtigde verkeersbegeleiders, verloopt de verkeersafwikkeling van tientallen aankomende en verlatende jonge fietsers – en dus zwakke weggebruikers – in werkelijkheid niet altijd even geordend en gedisciplineerd. Met alle risico’s vandien. In die zin is een bijkomende druk op de huidige, reeds penibele verkeerssituatie totaal ongewenst.

Bovendien zullen de bewoners van de genoemde projecten bij het verlaten van de Oudaen – zeker tijdens de spitsuren – geconfronteerd worden met een verlamde Kerkstraat. Ongeacht of men naar links of naar rechts moet afslaan, maar zeker wie richting Schoten of Wijnegem moet, zal gezien de stilstand op de Kerkstraat, zo goed als zeker de Frans Pauwelslei (samen met de Dilslei en Veldlei) als sluikweg nemen.

Dat de aanvrager in gesprekken met de aanpalende bewoners liet uitschijnen dat er op termijn eventueel ook een ontsluiting zou kunnen komen via de Moerstraat (en de Sint-Jobsteenweg), is allesbehalve geruststellend. Die Moerstraat is sowieso al tijdens de spitsuren een bottleneck, zeker wanneer de schoolbussen en het personeel van het MPI Zonnebos (Moerstraat) de school verlaten.

In de fijnstofstudie van Curieuzeneuzen scoorde de dorpskern nu al (donker)rood. Dat er geen behoefte is bijkomende uitstoot behoeft geen betoog. Een project zoals het Park D’Audaen kan daar alleen maar in negatieve zin toe bijdragen.

6 Qua brandveiligheid is er geen sluitende garantie. In de aanvraag ontbreekt een advies van de brandweer in verband met de vlotte en ongeremde bereikbaarheid van de betrokken gebouwen in geval van een brand.

7 Er kan desgevallend een inbreuk zijn op het gelijkheidsbeginsel mocht het gemeentestuur de aanvraag goedkeuren. In 2017 werd een stedenbouwkundige aanvraag en milieuvergunningsaanvraag voor een landbouwbedrijf met geiten in de Moerstraat afgewezen, met als motivatie o.m. de volgende bezwaren: dat de grond waarover het gaat agrarisch gebied is met landschappelijk waardevol karakter; dat een stal van een dergelijke omvang helemaal niet past in een landschap met zo een landschappelijke waarde; dat de hele aanvraag in strijd is met een “goede ruimtelijke ordening”; dat het zicht op het groen drastisch zal veranderen, nog maar eens een stap in de richting van het degraderen van “De Parel der Voorkempen”; dat het project zich situeert op een paar 100 m van 2 scholen; dat het bijkomend verkeer (aanvoer van voeder, brandstof, … en afvoer van mest, …) gerelateerd aan die geitenboerderij de mobiliteit werkelijk dramatisch zal maken.

Het zou van enig cynisme getuigen mocht hetzelfde gemeentebestuur dezelfde of gelijkaardige bezwaren (met uitzondering van de stankoverlast) afwijzen bij de aanvraag voor het voorliggend project.

8 Het openbaar onderzoek is onrechtmatig verlopen. Behalve de bedenkelijke traditie dat dergelijke openbare onderzoeken in Schilde steevast in een vakantieperiode worden georganiseerd (met als mogelijk doel zo weinig mogelijk bezwaarschriften te ontvangen), is er het meer dan bezwaarlijke initiatief van de aanvrager om het openbaar onderzoek in zijn voordeel te manipuleren door de aangrenzende bewoners een koopoptie aan te bieden op een stuk aanpalende grond (van het betrokken woonuitbreidingsgebied) in ruil voor het niet-indienen van een bezwaarschrift.

Wij citeren uit de overeenkomst: “De optienemer verbindt er zich toe geen bezwaar aan te tekenen tegen de aanvraag tot het bekomen van een omgevingsvergunning die de optiegever voor het project “Park d’Audaen” zal indienen, strekkende tot het bouwen van ….. op de percelen gelegen te…… kadastraal gekend als ……… In zoverre de vergunning wordt verleend, verbindt de optienemer er zich toe niet rechtstreeks of via derden beroep of enig ander rechtsmiddel tegen de omgevingsvergunning aan te tekenen. De optienemer verbindt er zich ook toe zich van alle handelingen te onthouden die het vergunnen van de aanvraag tegenwerken of bemoeilijken.”

In sommige Europese landen zouden dergelijke praktijken onder de noemer ‘afpersing’ vallen.

Om deze redenen verzoeken wij het Schepencollege de betrokken aanvraag te weigeren.

Hoogachtend,